De problemen van de brandstofverkopers zijn veelvoudig en zeer complex. De Groepering dient daarom acties te ondernemen op diverse vlakken.
Minimummarges voorzien in het Programmacontract voor de Petroleumproducten
Eenzijdig bepalen van de marges
De programma-overeenkomst betreffende de regeling van de verkoopprijzen van de aardolieprodukten voorziet minimummarges voor kleinhandelaars-wederverkopers en kleinhandelaars-geranten. Deze overeenkomst werd initieel afgesloten in 1974 tussen de Minister van Economie en de Belgische Petroleum Federatie.
De Groepering vindt het onaanvaardbaar dat de marges van de brandstofverkoper nog steeds worden bepaald door twee partijen die hem niet vertegenwoordigen. Dit is een feodale toestand die in een land als België niet langer aanvaard kan worden.
De Groepering vraagt de programma-overeenkomst mee te ondertekenen en meer bepaald de artikels die onze leden aanbelangen.
De hoogte van de marge
De minimummarge voorzien in de programma-overeenkomst bedraagt voor een wederverkoper 0,06188EUR/liter voor de benzines en 0,06247 voor de diesel. Deze marge bedraagt voor een gerant 0,02660EUR/liter met bediening en 0,02066 EUR/liter zonder bediening. De marges worden jaarlijks geïndexeerd. Deze marges zijn onvoldoende om een tankstation rendabel uit te baten gezien de enorme investeringen die de tankstations moeten doen om in orde te zijn met de milieureglementering. Daarnaast zorgen de hoge brandstofprijzen er ook voor dat de financieringskosten voor de voorraden enorm stijgen.
De Groepering vraagt dan ook dat de rekening wordt gehouden met deze kosten voor de berekening van de minimummarges.
Naast het feit dat de marges te laag zijn, klaagt de Groepering bovendien aan dat de marges die nu voorzien zijn in de programma-overeenkomst in de praktijk niet gerespecteerd worden door de petroleummaatschappijen die deze overeenkomst ondertekenden. Uit de studie van de contracten die worden afgesloten tussen petroleummaatschappijen en uitbaters van tankstations blijkt dat in geval de klant betaalt met een firmakaart de minimummarge niet gerespecteerd wordt. De Groepering vindt dit onaanvaardbaar. De service die door de uitbater van een tankstation of zijn personeel moet gegeven worden aan een klant die houder is van een tankkaart is precies dezelfde als aan de andere klanten. Deze klanten maken ook op dezelfde manier gebruik van de installaties van de uitbater. Wij vinden het daarom ook niet meer dan normaal dat de uitbater minstens de minimummarge ontvangt voor de liters verkocht via deze tankkaarten.
Milieu
De milieuvoorwaarden voor de uitbating van een tankstation zijn enorm streng in de drie Gewesten. Daarnaast worden de tankstations ook geconfronteerd met zeer strenge reglementering met betrekking tot de bodemverontreiniging. FEDERAUTO en de Groepering van Brandstofverkopers hebben samen met andere beroepsfederaties Bofas, het Bodemsaneringsfonds voor Tankstations opgericht. De Voorzitter van de Groepering, M. Jean-François Naa zetelt in de Raad van Bestuur van Bofas. Heel wat leden van FEDERAUTO hebben een aanvraag ingediend voor tussenkomst. Ingeval van sluiting van het tankstation zal Bofas de verontreiniging veroorzaakt door de uitbating van het tankstation op haar kosten saneren. In geval van verderzetting van de uitbating zal Bofas de bodemsanering adviseren, controleren, administratief opvolgen en de bodemsaneringskosten terugbetalen met een maximum van 62.000€. Heel wat leden doen beroep op de milieudienst van FEDERAUTO om vragen te stellen met betrekking tot Bofas.
Een van de voorwaarden om een geldige aanvraag te kunnen doen bij Bofas in het kader van een sluiting is dat het tankstation moest gesloten zijn na 31 december 1992. Heel wat mensen die hun station gesloten hadden voor deze datum bleven in de kou staan. Daarom was FEDERAUTO vragende partij om het toepassingsgebied aan te passen zodat men ook in deze gevallen zou kunnen genieten van Bofas. Een wijziging van het Samenwerkingsakkoord tussen de drie Gewesten en de federale staat betreffende de financiering van Bodemsanering van tankstations werd voorbereid. De wijziging van dit Samenwerkingsakkoord moet echter goedgekeurd worden door de vier Parlementen. Dit is absoluut geen eenvoudige zaak. De Groepering vraagt dat de nodige stappen worden ondernomen in de drie Gewesten opdat de wijziging van het samenwerkingsakkoord zo snel mogelijk wordt goedgekeurd.
Openingsuren
De huidige wetgeving met betrekking tot de openingsuren zorgt voor heel wat problemen. Tankstations zijn aan 2 regimes onderworpen. De verkoop van brandstoffen en smeermiddelen is niet onderworpen aan een verplichte avondsluiting, de shopactiviteit daarentegen wel. In de praktijk zorgt dit voor heel wat moeilijkheden daar de verkoop van brandstoffen en de shop onlosmakelijk verbonden zijn en een opening na 20 uur noodzakelijk is om de rentabiliteit van het station te waarborgen.
De Groepering was vragende partij om een wijziging van de wetgeving op de openingsuren te verkrijgen voor de sector van de tankstations. Heel wat lobbywerk werd door de Groepering en FEDERAUTO verricht. Het was voor de Groepering duidelijk dat indien het voor onze sector verboden bleef om onze rol van convenience store (winkels met een depannagefunctie) verder te spelen, het netwerk van tankstations in België zal inkrimpen tot een zeer beperkt aantal “spook”verkooppunten zonder personeel en zonder enige garantie op veiligheid. Deze verkooppunten zullen eigendom zijn van een beperkt aantal multinationals die na enkele prijzenoorlogen, hun politiek zullen harmoniseren. Om de concurrentie aan te kunnen met de volautomatische stations moeten de wederverkopers in staat zijn om een extra service te leveren aan de klant. Deze service moet ook kunnen geleverd worden buiten de huidige openingsuren. Wij zijn dan ook zeer verheugd dat op 6 juli 2006 de Kamer het wetsontwerp betreffende de openingsuren in de handel, ambacht en dienstverlening goedkeurde. Dit wetsontwerp werd ingediend door Minister van Middenstand, Mevrouw Laruelle Door de invoering van het begrip hoofdactiviteit biedt de nieuwe wet een oplossing voor de tankstations. Er is sprake van een hoofdactiviteit indien aan de buitenzijde van de vestigingseenheid enkel naar deze activiteit verwezen wordt, er enkel reclame voor deze activiteit wordt gemaakt, de keuze aan andere producten beperkt is en de verkoop van het product dat of de producten die de hoofdactiviteit uitmaken, 50 van het jaarlijkse zakencijfer vertegenwoordigt. Het goedgekeurde wetsontwerp stelt dat de verplichte sluitingsuren en de wekelijkse rustdag niet van toepassing zijn op de vestigingseenheden waarvan de hoofdactiviteit de verkoop van de volgende producten is:
- akranten, tijdschriften, tabak, telefonische kaarten et producten van de Nationale Loterij;
- dragers van audiovisuele werken en videospelen, alsook de verhuur ervan;
- brandstof en olie voor autovoertuigen;
- ijsconsumptie in individuele porties.
De wet zal in voege treden de eerste dag van de derde maand na die waarin de wet werd gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad. Tot dan geldt de huidige wet op de openingsuren.
Temperatuurcompensatie
Alle stations hebben te kampen met verlies aan volume als gevolg van temperatuurverschillen. De tankstations kopen hun brandstoffen aan op basis van een volume bij 15°C. Zij dienen daarentegen deze brandstoffen te verkopen aan een temperatuur die het product heeft in de ondergrondse houder. Op een levering van 1.000 liter is er gemiddeld een verlies van 3 à 4 liter. Een station dat 2.000.000 liter per jaar verkoopt verliest zo’n zesduizend à achtduizend liter. De brandstofverkoper dient deze verloren liters toch te betalen inclusief BTW en belastingen. Om dit probleem op te lossen, maakte de FOD Economie, Dienst Energie een ontwerp van koninklijk besluit (KB) op tot vaststelling van bijzondere regels inzake de aanduiding van de hoeveelheid bij het op de markt brengen van sommige motorbrandstoffen en vloeibare brandstoffen in bulk. Dit KB verplicht de tankstations om hun pompen voor 1 januari 2015 uit te rusten met een installatie van temperatuurcompensatie naar 15°C. Dit is logisch daar in de gehele bevoorradingsketen brandstoffen worden aangekocht en verkocht op basis van een volume bij 15°C, met uitzondering van de verkoop van de brandstoffen in het benzinestation. De temperatuur van 15°C wordt ook gebruikt in het kader van de internationale noteringen, in het kader van de accijnzen en de BTW en tenslotte om maximaprijzen vast te leggen in de programmaovereenkomst. Door dit KB worden de volumeverliezen te wijten aan temperatuurverschillen herleid tot nul. De Groepering ijvert er dan ook voor dat dit KB zo snel mogelijk een feit zal worden.