Carrosseriesector blijft kampen met te lage marges!
Meer en meer oefenen verzekeraars druk uit om de kosten van schade te verlagen. Deze vorm van “schadesturing” neemt de laatste jaren stilaan de overhand. De vrije schadestroom daarentegen neemt af. Dit alles zet de schadeherstellers sterk onder druk en zou ook de financiële situatie in de carrosseriebranche sterk beïnvloeden. Tijd dus om een onderzoek.
FEDERAUTO Carrosserie, de groepering van carrosserieherstellers en koetswerkbouwers binnen FEDERAUTO, besluit om deze situatie te onderzoeken en maakt hiervoor gebruik van de expertise van KPMG.
Studie financiële situatie
Om een beeld te krijgen van de mogelijke knelpunten en opportuniteiten binnen de afdeling schadeherstel, zal zowel een financiële (bron: Belfirst) als een niet-financiële analyse (via survey) worden uitgevoerd door KPMG advisory.
Hiervoor werden in samenwerking met FEDERAUTO Carrosserie een 100-tal bedrijven gescreend, waarvan na selectie nog 64 overbleven voor de financiële studie. Er werd o.a. gefilterd op bedrijven met andere activiteiten dan carrosserie, met onvergelijkbare cijfers, met onregelmatige boekjaren en met pas opgestarte activiteiten. Er dient eveneens te worden opgemerkt dat de carrosseriesector gekenmerkt wordt door een groot aantal handelszaken of eenmanszaken, en dat in de steekproef voor deze studie het aantal beperkt was. De studie werd uitgevoerd in het laatste kwartaal van 2008 en vergelijkt voornamelijk de jaren 2006 en 2007. Voor enkele belangrijke ratio’s werd iets verder terug in de tijd gegaan. De survey geeft enkel een momentopname weer van het laatste kwartaal 2008 en werd nog uitgevoerd voor de economische situatie drastisch wijzigde.
In de survey (niet-financiële analyse) werden eveneens bedrijven opgenomen die naast een volwaardige carrosserieafdeling ook nog andere activiteiten hadden. (verkoop, onderhoud, verhuur, …).
Beeld van een gemiddelde carrosserie
Het gemiddelde carrosseriebedrijf in deze studie bleek een 18-jaar jonge NV te zijn, waar 10 personen (FTE) tewerk zijn gesteld. 50% van de onderzocht ondernemingen hebben echter maar 6 personen (FTE) of minder in dienst.
Het balanstotaal bedraagt 1.200.000 EUR en heeft een winst voor belastingen van 134.000 EUR. Na belastingen bedraagt de winst gemiddeld 76.418 EUR.
Hoe langer een onderneming zal bestaan, hoe meer personeel het tewerkstelt en hoe meer winst het zal kunnen voorleggen.
Stijging van de financiële onafhankelijkheid
Van 2006 naar 2007 is er een belangrijke evolutie. Het balanstotaal stijgt met 13,5%, met een lichte stijging van de materiële vaste activa van 8% en slechts een kleine verschuiving van de voorraden en bestellingen in uitvoering. De vorderingen op ten hoogste één jaar tonen een belangrijke stijging van 30% en nemen 1/3 van het actief voor hun rekening, voornamelijk doordat de klantenlijst bestaat uit leasing- en verzekeringsmaatschappijen die geen contante betaling uitvoeren. Het aantal dagen klantenkrediet dat wordt toegekend ligt in 2007 op 24, wat een lichte stijging is t.o.v. 2006, maar nog steeds een sterke positie is t.o.v. het aantal dagen leverancierskrediet. Gezien de gewijzigde economische situatie vanaf eind 2008, dient men het klantenkrediet zeker niet uit het oog te verliezen. Bij het schrijven van dit artikel waren er al significante indicaties dat facturen later werden betaald.
Het eigen vermogen blijft nagenoeg gelijk, maar de overgedragen winst neemt wel sterk toe. De schulden op korte termijn (voornamelijk handelsschulden) liggen bijna 6% hoger en de schulden op langer termijn (financiële schulden) liggen 9% hoger.
Algemeen kunnen we stellen dat het gemiddelde bedrijf op financieel vlak onafhankelijker (solvabeler) is geworden en aldus een lager financieel risico loopt. De schuldgraad blijft met 72,8 echter vrij hoog en is voornamelijk te wijten aan de korte termijn schulden.

Ondanks de verbetering van de liquiditeit in 2007, blijft meer aandacht voor de liquiditeitspositie zeker nodig. In 2007 worden de vlottende activa uiteindelijk voldoende belangrijk om de schulden op korte termijn te dekken; deze liquiditeitsratio (current ratio) stijgt dan ook sinds lang terug boven 1. Kijken we echter naar de echte liquide middelen dan blijft de liquiditeitsratio (acid test) onder 1.
Lage Bruto verkoopsmarge
Ondanks de gunstige evolutie van de solvabiliteit voor de herstelbranche in de carrosseriesector, stellen we vast dat het bruto bedrijfsresultaat t.o.v. de verkopen ( = bruto verkoopsmarge) vrij laag blijft. In 2007 wordt wel een lichte stijging vastgesteld, maar een marge onder de 5% blijft eerder laag. Voor 2006 geeft de Nationale Bank van België voor de volledige sector “onderhoud en herstellingen (DE502)” een bruto verkoopsmarge op van 4,40%, wat duidelijk aantoont dat dit een algemeen pijnpunt is voor de sector van onderhoud en herstellingen.
De rentabiliteit van de middelen die specifiek worden ingezet (bruto rentabiliteit op de bedrijfsactiva) om het bedrijfsresultaat te realiseren, bedraagt 31% en blijft daarmee nagenoeg constant. Gezien de lage verkoopsmarge, ligt de nadruk dus duidelijk op de prestaties in verkoop en/of productie van goederen en diensten.
Een andere klassieke indicator is de toegevoegde waarde per personeelslid. De toegevoegde waarde neemt in 2007 toe met 3.000 EUR en komt op 28.000 EUR per werknemer. Daarmee blijft zij toch onder het gemiddelde van soortgelijke sectoren zoals bijvoorbeeld de bouw. Het gaat hier om de toegevoegde waarde tegen factorkosten.
Slechts 66% van de beschikbare uren wordt doorgerekend
Uit de survey van de studie blijkt dat elke werknemer dagelijks ongeveer 7,91 uren beschikbaar is, waarvan gemiddeld 6,78 uur effectief wordt gewerkt aan herstellingen (86%). Van de effectief gepresteerde uren worden er dan 5,25 uren doorgerekend aan de klant (76%). Van de beschikbare uren wordt dus slecht 66% op de factuur geplaatst als “factureerbare uren”.
Uit de steekproef van de survey leren we dat de verhouding arbeiders-bedienden op 4-1 ligt. Dit laatste cijfer wordt ook aangegeven in de sectorfoto van EDUCAM.
Hierbij aansluitend antwoorden de meeste bedrijven dat ze tevreden tot zeer tevreden zijn over hun werkorganisatie. Uit de resultaten blijkt ook dat bedrijven met een hogere capaciteit (personeel/oppervlakte) productiever zijn.
Vervangwagens blijven een te hoge kost!
Gemiddeld blijkt een carrosseriebedrijf 11, 9 herstellingen uit te voeren per week (bij de helft minder dan 15). Hiervoor blijft de wagen 3 dagen binnen en worden er 12,75 uren aan gewerkt. Uit deze gegevens kunnen we afleiden dat een gemiddeld carrosseriebedrijf 7,14 vervangwagens nodig heeft, als ze telkens voor 100% gebruikt worden.
(formule: aantal dagen dat een wagen binnen is voor herstelling * aantal herstelling per week * aantal weken per maand / aantal werkdagen per maand)
Uit de survey blijkt echter dat het gemiddeld aantal vervangwagens 11 bedraagt. Doch geven de meeste deelnemers aan de studie aan over minder dan 8 wagens te beschikken, die bovendien maximum 5 jaar oud zijn. Heel wat bedrijven gaan hun vervangwagens op gewone basis huren.
Het feit dat toch heel wat bedrijven meer vervangwagens ter beschikking hebben dan het theoretisch berekende aantal, valt te verklaren doordat heel wat bedrijven een veiligheidsmarge voor hun vervangwagens in acht nemen. Dit valt te begrijpen vanuit de druk die hieromtrent wordt gezet door de verzekeraars, maar ook door het feit dat een vervangwagen niet onmiddellijk klaar is voor een volgende herstelling.
Deze kostprijs moet zeker onder controle worden gehouden gezien de kost van een vervangwagen in 2008 tussen de 334 EUR (survey) en 455 EUR lag. (studie Renta, FEDERAUTO, Febiac).
Onze klanten
Meer dan de helft van de respondenten gaf aan over één of meer contracten met verzekeringsmaatschappijen te beschikken. Een aantal bedrijven werkt ook voor leasingmaatschappijen, fleets, of voeren ook werken uit in onderaanneming.

Conclusie:
- De financiële onafhankelijkheid is verbeterd, maar de schuldgraad blijft met 72,8% vrij hoog.
- Ook is er meer aandacht nodig voor de liquiditeitspositie. De geanalyseerd bedrijven stijgen in 2007 voor het eerst boven de 1 uit voor de Current Ratio, maar blijven nog sterk onder de 1 voor de Acid Test.
- De bruto verkoopsmarge blijft net onder de 5% en is daarmee veel te laag. Hoe moeilijk ook in een landschap van schadesturing, een correcte doorrekening van alle kosten blijft hier de boodschap.
- Bedrijven met een hogere capaciteit zijn productiever. Doch gezien de sterke toename van het aantal bedienden t.o.v. het aantal arbeiders, is waakzaamheid op vlak van efficiëntie geboden.
- Ondanks de grote tevredenheid inzake werkorganisatie, moet het aantal beschikbare uren van de arbeiders optimaal omgezet worden naar productieve en factureerbare uren.
- De te herstellen wagens blijven gemiddeld drie dagen binnen, doch de veiligheidsmarge en de praktische problemen die leiden tot een langere uitleentijd van de vervangwagens, dient te verbeteren.
Luc SCHETS, Algemeen Secretaris